Onze visie:

Elk kind centraal!
De Mienskip, mienskiplijk ûnderwiis troch excellint ûnderwiis

Visie op leren: 

De visie van de Mienskip is dat elk kind centraal staat, zichzelf mag zijn en uniek is in zijn eigen talenten, vaardigheden, kennis en levensovertuiging. De verschillen worden benut en ingezet om van en met elkaar te leren. Het didactisch handelen kenmerkt zich door een actief proces waarbij leerlingen eigenaar zijn van het eigen leerproces met de inzet van een digitaal portfolio waarbij de rol van de leerkracht geleidelijk verschuift van kennisoverdrager naar coach. Er wordt gestreefd naar interactief lesgeven, onderwijs op maat geven door op zeven niveaus te differentiëren, gevarieerde werkvormen te hanteren en zelfstandig en samenwerkend leren te bevorderen. De Mienskip is actief in diverse netwerken om zo de echte wereld bij het onderwijs te betrekken. Dit is terug te zien in de vorm van gastsprekers, excursies naar bedrijven en internationale reizen. Het leren wordt hierdoor meer betekenisvol en sluit aan bij voorkennis en aanwezige mentale modellen, zodat vanuit de eigen ervaring betekenis wordt verleend aan kennis en leren. 

Op de Mienskip zijn aspecten van het (sociaal-)constructivisme zichtbaar waarbij kennisverwerving beschouwd wordt als een zelf constructief proces. De Zwitserse ontwikkelingspsycholoog Piaget zag leren als een continu proces van zelfregulerend gedrag dat een evenwicht vormt tussen assimilatie en accommodatie (Valcke, 2018). Bij assimilatie worden ideeën en ervaringen die passen bij de inzichten opgenomen in een bestaande cognitieve structuur. Bij accommodatie veranderen leerlingen hun cognitieve structuren door ervaringen die niet passen bij hun bestaande inzichten (Reiser & Dempsey, 2017). De Russische opvoeder Vygotsky introduceerde als reactie hierop het sociaal constructivisme, waarbij sociale interactie met anderen de leerling helpt betekenis te geven aan informatie. Hij spreek van een zone van naaste ontwikkeling waarin leerlingen zelf een bepaald niveau van betekenis ontwikkelen en versterkt wordt na interactie met anderen (Grotendorst,2012). De instructieverantwoordelijke geeft hierbij aanwijzingen, tips en modelleert: scaffolding. Er worden metaforische stellingen gebouwd bij de ontwikkeling van de leerling die geleidelijk worden afgebroken waardoor de leerling op den duur zelfstandig in staat is een activiteit uit te voeren (Valcke, 2018; Grotendorst, 2012). 

Zowel bij het cognitivisme als het constructivisme sluit het leren aan bij de beginsituatie. Het constructivisme gaat ervan uit dat niet iedereen dezelfde dingen van een instructie leert. Dit sluit aan bij de werkwijze van het differentiëren op zeven niveaus. Kenmerkend aan het constructivisme is dat de leeromgeving lijkt op een echte situatie en er toegang is tot rijke informatiebronnen. Het eigenaarschap wordt bij onze leerlingen gestimuleerd. De leerling wordt gezien als een individu (cognitief constructivisme) en als lid van een gemeenschap (sociaal constructivisme). De samenwerking met anderen staat centraal en het leren vindt deels plaats onder de eigen verantwoordelijkheid. De leerling controleert en stuurt het leerproces en legt zijn ontwikkeling vast in een digitaal portfolio. Het stimuleren van reflectie is terug te zin in het digitaal portfolio en de gesprekkencyclus, waarbij in tegenstelling tot het cognitivisme waarbij kennis afgeleid wordt van de instructieactiviteiten, de leerling bij het constructivisme zelf betekenis verleent aan het leren. Kennis wordt geconstrueerd door sociale interactie waardoor de interpretatie van informatie bij eenieder anders kan zijn. Door samenwerkend leren te stimuleren en vanuit meerdere invalshoeken te kijken, wordt het leren versterkt.

Onze identiteit:

De Mienskip is de openbare basisschool in Buitenpost. Op een openbare school is ieder kind welkom, ongeacht zijn of haar sociale, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond. De openbare school leert kinderen van jongsaf aan respect te hebben voor elkaars mening of overtuiging. Er wordt actief aandacht besteed aan de overeenkomsten en verschillen tussen kinderen, zonder voorkeur voor één bepaalde opvatting. De openbare school brengt verschillende opvattingen bij elkaar en laat kinderen er op basis van gelijkwaardigheid over in discussie gaan. Niet om de ander te overtuigen van het eigen gelijk, maar om kritisch naar zichzelf en medeleerlingen te leren kijken. De openbare school leert kinderen waarnemen hoe verschillende achtergronden tot ander denken en handelen kunnen leiden en het leert hen vanuit dat inzicht eigen opvattingen te ontwikkelen. Als je weet wat anderen beweegt, kun je beter met elkaar samenleven.

Het openbaar onderwijs is niet alleen voor iedereen toegankelijk, maar heeft ook een actief pluriforme opdracht. Dit betekent dat het openbaar onderwijs bijdraagt ‘aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving’. In tegenstelling tot het bijzonder onderwijs neemt het openbaar onderwijs niet één levensbeschouwing als vertrekpunt, maar biedt ruimte voor diversiteit.